‘In Gesprek Met’… Pascal Heyman, Permanent Vertegenwoordiger bij de NAVO: “Als je niet bereid bent om te betalen, is het enige alternatief om het algemene ambitieniveau op vlak van veiligheid te verlagen.” Deel 2.

‘In Gesprek Met’ is een topic van de facebookpagina “Belgian Military Interests”. De admins van deze pagina gaan in gesprek met verschillende personen over militair gerelateerde onderwerpen.

Deze keer hebben wij gekozen voor een gesprek met Pascal Heyman, Permanent Vertegenwoordiger bij de NAVO , die in onderstaand interview enkele persoonlijke ervaringen en inzichten deelt vanuit zijn jarenlange expertise in defensie- en veiligheidsdossiers. Het gesprek vond plaats in het NAVO hoofdkwartier op 28 oktober 2019.

De publicatie van dit gesprek is opgesplitst in 2 delen:
Het eerste deel gaat over de permanente vertegenwoordiging bij de NAVO en de invloedssfeer van de NAVO.
Het tweede deel herneemt het stuk over de NAVO-doelstellingen en de Nucleaire afschrikking.
Onderstaand deel 2.

Lees hier deel 1.

Permanent vertegenwoordiger bij de NAVO

NAVO-doelstellingen

Wringt het schoentje nu net niet bij de middelen van de NAVO? De NAVO heeft de ambitie om veel dingen te doen en verlangt een bijdrage van alle partners. Tijdens de top van Wales zijn 5 jaar geleden afspraken gemaakt om 2% van het BBP te spenderen aan defensie. Hoe verkoopt u als diplomaat dat dit groeipad voor België moeilijk te ontwaren is?

Tot nu toe zonder te veel brokken hoop ik.

Waarom is het belangrijk dat wij onze bijdrage leveren? Wij merken dat zowel bij de Belgische bevolking als bij de politici de NAVO geen prioriteit is. Hoe ervaart u dat België momenteel de op twee na slechtste bijdrage levert?

Het zou eerst en vooral verkeerd zijn om de evenredige en billijke aandelen in de gemeenschappelijke lasten te herleiden tot louter financiële zaken. Cijfers zijn natuurlijk belangrijk en zonder geld gebeurt er niets, maar die 2% is ook een politieke fetisj geworden. Men mag niet vergeten dat in 2014, op de NAVO-top van Wales, het precies België is geweest dat met consensus de tekst heeft laten aanpassen om niet te spreken van “2%” maar “richting 2%” tegen 2024. Een klein detail dat in het discours van de voorbije jaren lijkt weggevallen, vooral dan in het Amerikaanse discours waar alles minder dan 2% onvoldoende is. Ik denk dat het belangrijk is om erop te wijzen dat defensie-inspanningen nodig zijn omwille van onze eigen nationale en Europese veiligheidsbelangen, en niet omdat de NAVO het vraagt en al zeker niet omdat president Trump het eist.

We moeten dat discours opentrekken en dat heb ik ook geprobeerd de voorbije jaren en als DPD indertijd. Het gaat hier niet alleen over NAVO, het gaat ook over Europese Defensie. Nr. 1 van de 20 verbintenissen van de nieuw gelanceerde Permanente Gestructureerde Samenwerking (PESCO) zegt precies dat de PESCO-landen zich ertoe verbinden om op graduele wijze meer te besteden aan Defensie. We hebben er deze keer wel voor gekozen om geen streefcijfer vast te leggen, maar om ons er toe te verbinden om defensiebudgetten op graduele wijze te verhogen.

Er is natuurlijk wel een historische distorsie binnen de Alliantie in de lastenverdeling tussen de Europese lidstaten en de VS. Dit gegeven bestaat al sinds Kennedy, maar de directe wijze waarop deze feiten nu gesteld worden is nieuw. Sommigen koppelen daar ook een zekere commerciële logica aan: de bondgenoten moeten niet alleen 2% BBP defensie-inspanningen doen, maar liefst Amerikaans materiaal aankopen. Dat maakt het natuurlijk niet gemakkelijker.

Aan de andere kant bestaat de perceptie dat wij als België al jaren te weinig bijdragen zonder daar echt gevolgen van te voelen. De rol van freerider heeft ons met andere woorden nog geen windeieren gelegd, want we kunnen het geld dat we hiermee uitsparen aan iets anders uitgeven.

Dat is heel juist. De Secretary of Defense van de VS, Marc Esper, heeft tijdens een recent bezoek nog het woord freerider gebruikt. Niet om België op zich te bestraffen, maar eerder als algemene vingerwijzing aan alle landen die niet voldoen aan de afspraken en ook geen plan hebben om dit in de nabije toekomst wel te doen.

Waarom zouden we dan niet onze verplichtingen blijven ontlopen en wat zijn de gevolgen als we het wel blijven doen?

Had het de EU geweest, dan waren we bestraft, zoals dat het geval is als je een negatieve begroting indient. Bij de NAVO gaat het om een politieke verbintenis, geen juridisch bindend akkoord. Je kan ervoor kiezen om alles zijn beloop te laten, de storm uit te zitten en te hopen dat het wel zal overgaan na de volgende verkiezing in de VS. Ongeacht wie de uiteindelijke winnaar van de verkiezingen wordt, het verhaal blijft in essentie hetzelfde. De druk komt ook niet enkel van de VS, er zijn andere landen die wél de nodige inspanningen hebben geleverd. Het Verenigd Koninkrijk in de eerste plaats, maar ook Frankrijk zal op basis van de huidige planning 2% bereiken in 2025. In Nederland zet men ook stappen voorwaarts. In andere landen gaat het minder goed, zoals in Luxemburg waar de ingezette vooruitgang wat lijkt te stokken. Grote landen zoals Italië en Spanje doen het ook niet denderend, en Duitsland is momenteel de voornaamste bliksemafleider voor landen als België. Als de aandacht ooit wegslaat van Duitsland, dan hebben we een probleem denk ik.

En wat zijn de risico’s dan voor België?

Eerst en vooral word je met man en paard genoemd tot op de hoogste niveaus, maar er zullen ook repercussies zijn op zaken die je misschien niet onmiddellijk kan verbinden. In het Amerikaanse discours is de scheidingslijn tussen militaire uitgaven en algemene economische politiek erg dun, zoals we merken in de handelsrelaties met Duitsland. Wij maken misschien de fout om alles in vakjes te zien, maar zij zien het grotere geheel. Waarom doen bedrijven investeringen in Nederland, terwijl dit ook in België had gekund? Op een bepaald moment zal er een patroon zijn, maar dan is het te laat. Het onmiddellijke diplomatieke gevolg is natuurlijk een afname van invloed. België heeft nog het voordeel om gastland te zijn, waardoor we minder vaak buitenspel staan, maar er gebeuren toch reeds vooronderhandelingen in beperkte kring waar België niet bij betrokken is.

Merkt u dat nu al?

Laten we zeggen dat dat al gebeurd is, maar ik kan het nog in zekere mate tegengaan, ook door mijn persoonlijke inbreng. Als de trend zich echter niet vlug omkeert dan gaat dat wel impact hebben. We mogen dus van geluk spreken dat de nieuwe hoofdzetel hier nu staat. Toen ik jong diplomaat was bij de NAVO was er een ernstige discussie om deze te verhuizen naar Bonn, toen daar net na de verhuis van de Duitse hoofdstad naar Berlijn veel kantoorruimte vrijkwam. Ik zou dus ook graag hebben dat we zo vlug mogelijk werk maken van de nieuwe hoofdzetel van de SHAPE.

Als we, los van deze mooie gebouwen, moeten aantonen dat België nog relevant is, en zijn eerlijke deel van de lasten draagt, waar kunnen wij dan nog de meubels redden? Is dat omdat wij, ondanks onze beperkte bijdrages, toch nog operationeel meespelen?

Onze bijdrages in de uitvoering van de strategische visie vertalen zich op dit moment nog niet in grote financiële middelen. Vandaag zitten we op 0,93% BBP, en men gaat naar 0,95% als het meevalt, tegen het eind van het jaar. Ik ben blij om het positieve nieuws te kunnen brengen dat de ministerraad onlangs beslist heeft om in plaats van de 1,05% BBP voorzien in de strategische visie te evolueren naar 1,19% tegen 2024, onder voorbehoud van bevestiging door de volgende regering. Het is niet de big bang, maar er is toch vooruitgang.

Met de bijkomende boodschap dat het erna weer zou dalen.

De afspraken van Wales gaan tot 2024. Defensie heeft gewerkt aan een plan voor bijkomende inspanningen, tot 1,28% in 2024, bovenop de middelen en het ambitieniveau voorzien in de strategische visie. Dat is voer voor de volgende regering, maar als je dat erbij neemt kan je een eerbaar voorstel doen, denk ik.

In afwachting kunnen we alleen scoren met het feit dat we toch meedoen aan operaties.

In de eerste pijler “cash” hebben we voor het ogenblik niet echt een heel sterk verhaal. De tweede pijler “capaciteiten” hangt natuurlijk af van uw cash, geen geld betekent letterlijk ook geen middelen. De beslissingen zijn genomen om opnieuw te investeren in hoofdmateriaal, maar ik moet toch degenen teleurstellen die denken dat de kous hiermee af is. We zijn helemaal niet af van de inspanningen die van ons worden gevraagd, want er worden eerst en vooral grotere aantallen gevraagd, maar ook middelen die we niet hebben voorzien of gepland in onze toekomstvisie. Er zal dus een addendum nodig zijn, bijkomend op de strategische visie.

Kan u een voorbeeld geven of is dit geclassificeerde informatie?

Ik kan u heel wat voorbeelden geven. De NAVO vraagt van ons bijvoorbeeld geen 34 gevechtsvliegtuigen, maar wel 45. We hebben dus al minstens 11 bijkomende gevechtsvliegtuigen nodig.

We hoorden in de media een paar dagen geleden dat die kans zo goed als onbestaande is...

We zullen zien. Nederland heeft nu ook beslist om 15 bijkomende vliegtuigen te kopen, dus alles kan. Het is weinig waarschijnlijk dat het in de eerste jaren zal worden beslist, maar de NAVO verwacht ook pas een uitvoering tegen 2036. Wat vandaag niet kan omdat het (financieel) niet haalbaar is, zal misschien wel mogelijk zijn in de toekomst. De huidige doelstellingen waarop we nu onze planning moeten maken, dateren van 2017. Van de 163 zijn er 22 waaraan we niet kunnen voldoen, waarvan toch enkele belangrijke. Als men spreekt van bijkomende vliegtuigen en een tweede brigade landstrijdkrachten (met alles erop en eraan) is dat toch niet weinig.

Gaat het dan om één medium brigade en één zware brigade?

Neen, dat is een fabel, de NAVO heeft van ons geen zware brigade gevraagd. Voorlopig hebben we een medium brigade die door gebrek aan bepantsering en vuurkracht volgens de NAVO niet echt medium is, maar dat zou moeten worden opgevangen worden door de nieuwe generatie platformen. Om echt over de nodige vuurkracht te beschikken, denk ik dat we toch best over iets meer Jaguar-voertuigen beschikken dan de huidige voorziene aantallen. Het systeem zelf zal alleszins performanter zijn zowel op vlak van vuurkracht als op vlak van bescherming. Wat een zorgenkind blijft, zijn de ondersteunende capaciteiten binnen Combat Support en Combat Service Support die we voor een stuk kwijt zijn sinds de Koude Oorlog en die dus opnieuw moeten worden opgebouwd. We beschikken niet over Ground Based Air Defense (luchtdoelartillerie), dus onze mensen moeten optreden met de luchtbescherming van anderen. De huidige artillerie is beperkt tot 105mm terwijl de NAVO-standaard 155mm is. Men vraagt niet van ons dat we teruggaan naar rupsvoertuigen of naar een zware brigade, maar dus wel dat we een volledig uitgeruste medium brigade, met volledige ondersteuning, kunnen leveren, en een tweede lichte brigade. Dat, terwijl we net onze lichte middelen hebben omgevormd in het SOR (Special Operations Regiment)

Die omschakeling van de lichte middelen is naar het schijnt ook niet zo goed gevallen bij de NAVO?

Er kunnen altijd vraagtekens geplaatst worden bij de keuzes die een soeverein land maakt. Maar mijn antwoord is heel simpel. Ons ambitieniveau op het vlak van Defensie beperkt zich niet tot de NAVO, we hebben ook nog nationale behoeftes en EU-behoeftes. Het is niet omdat de NAVO het voor ons geen prioriteit vindt dat we een SOR hebben, dat wij dat niet belangrijk vinden.

Maar de NAVO ziet louter een verlies aan middelen…

De NAVO maakt een gelijkaardige opmerking over de geplande ballistic missile defence-capaciteit van de fregatten, waarin middelen geïnvesteerd zouden worden die dan niet voor andere doeleinden kunnen gebruikt worden. De boodschap is dat de NAVO heel belangrijk is, maar niet de enige leidraad voor Defensie. Voor de oprichting van het gemeenschappelijke Special Operations Component Command (C-SOCC) met Nederland en Denemarken was de NAVO ons wel erkentelijk, omdat hiermee een tekortkoming wordt ingevuld.

Wat is het proces waarmee die doelstellingen voor capaciteiten worden toegekend aan de leden? Wordt dit van buitenaf opgelegd of gebeurt dit in overleg?

Er is een cyclus van 4 jaar. Eerst wordt er een politieke-militaire strategische analyse gemaakt van de veiligheidsuitdagingen. Daarna komt een mathematische analyse van de middelen die de Alliantie nodig heeft om op een geloofwaardige manier het hoofd te bieden aan die bedreigingen. Dan kom je tot een catalogus van middelen en doelstellingen die moeten worden toegewezen aan de landen. De doelstellingen moeten voor elk land een “redelijke uitdaging” vormen, rekening houdend met o.a. het bevolkingsaantal en het BBP. Op basis van die cijfers komt men dus onder meer tot de conclusie dat wij een tweede brigade moeten kunnen leveren.

Daarna volgt dan een onderhandelingsfase?

Na dit mathematische planningsproces komt men tot het proces van onderhandeling. Men komt met een voorstel naar elk land. Dan komt er een moment, zoals net gebeurd is in september, waarbij er een bilateraal en gedetailleerd proces plaatsvindt en het rapport van België opgesteld wordt over onze mogelijkheden om aan het NAVO-voorstel te kunnen voldoen. Tenslotte volgt een multilateraal proces waarbij de bondgenoten over elkaar oordelen en dus “peer pressure” uitoefenen. De taken die jij immers niet kan opnemen, worden ten laste van een ander gelegd. En zo krijg je natuurlijk evaluaties die stellen dat België een aantal taken niet opneemt waardoor het de last onevenredig op anderen afschuift.

Naar verluidt is de taal van dit meest recente rapport tamelijk onverbloemd. Is dat ook een evolutie die u merkt dat er minder en minder omheen wordt gefietst?

Ik heb dat de vorige keer nog in zekere mate kunnen bijsturen, maar de druk wordt groter.

Er is zopas een artikel verschenen in De Standaard, en ons gesprek gaat er nu ook wel over, maar toch blijft dit grotendeels onder de radar.

Dit rapport wordt nu gefinaliseerd door het NAVO-secretariaat. Na al die bilaterale rondes tussen elk land en de NAVO komt er een eindverslag en dan volgt het multilaterale proces. Dan zit je eigenlijk in een soort beschuldigdenbank en mag je het komen uitleggen.

Dat is het moment waarop je wordt afgerekend?

Het komt erop aan om ervoor te zorgen dat dit voor België niet te slecht verloopt. Het is vrij voorspelbaar, in de zin dat landen die zelf de 2% halen natuurlijk vrij kritisch zullen zijn. Landen die in dezelfde boot zitten als België gaan voorzichtiger zijn, want die weten dat ze hetzelfde zullen moeten ondergaan. Er wordt dus wel op voorhand gesproken tussen collega’s. Bij de vorige ronde was de voorzitter van de vergadering, Assistant Secretary General for Defence Policy planning Heinrich Brauss, naar verluidt verbaasd omdat de vergadering voor ons te goed was verlopen. Hij had verwacht dat we de grond zouden ingeboord worden, wat niet gebeurd is, omdat er veel landen in hetzelfde parket zaten en het terrein op voorhand goed was afgedekt.

Het feit blijft natuurlijk dat dit rapport niet goed is voor ons. Er zijn duidelijk problemen en misschien is het zelfs beter om wél serieus bekritiseerd te worden. Aan de andere kant is het rapport niet publiek beschikbaar en kan het dus niet gebruikt worden om de boodschap intern over te brengen.

Dat is misschien net het probleem. We hebben hierover deze week een gesprek gehad met politici en die wisten te zeggen dat in de wandelgangen zelfs de uitvoering van de strategische visie niet als prioriteit gezien wordt.

De perceptie bestaat dat de strategische visie al volledig gerealiseerd werd.

In minder Defensie-gezinde partijen horen we dan dikwijls de roep om te specialiseren. België is bijvoorbeeld toch goed in mijnenjagen?

Dat verhaal heb ik nooit goed begrepen.

Hoe kijkt de NAVO daarnaar? Moet elk land zelf een basiscapaciteit behouden of mag dat allemaal aan elkaar worden doorgegeven?

Ik denk dat specialisering eerst en vooral filosofisch totaal verkeerd is. Je moet op voorhand duidelijke afspraken maken en de taakverdeling moet op elkaar afgestemd zijn. Als iedereen voor het laaghangende fruit gaat, is er al een probleem. Het moeilijkste is echter om de zekerheid te verkrijgen van buitenlandse partners dat men, als het ooit nodig is, de middelen van de ander kan gebruiken. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan het idee dat sommigen hadden om de marine af te schaffen. Fregatten waren zogezegd geen prioriteit meer, en anderen zouden dat wel in onze plaats voorzien. Voor de mijnenbestrijdingsvaartuigen zouden we de Nederlanders wel vragen als het erop aankwam. Fijn, maar de dag dat er inderdaad een crisis is en er worden mijnen gelegd voor de mondingen van havens zoals Antwerpen en Rotterdam, waar zullen de Nederlandse schepen dan eerst ingezet worden? Iedereen weet dat de haven van Antwerpen levensbelangrijk is voor ons land en zijn handelsstromen, dus niet meer investeren in mijnenbestrijding zou een kapitale fout zijn.

Voor de NAVO heeft België momenteel twee topcapaciteiten, en één daarvan is duidelijk de mijnenbestrijding op zee. Men is zeer tevreden met de investering in een nieuwe generatie MCMV’s (mine countermeasures vessel), en ook met het center of excellence voor mijnenbestrijding Eguermin in Oostende. Ten tweede is er natuurlijk de luchtgevechtscapaciteit, waarvan NAVO ook vraagt om die op peil te houden. Waar het wel schort, met uitzondering van special operations forces (SOF), is bij de landcapaciteiten waar men kampt met chronische onder-investering om de vereiste 2 brigades, inclusief ondersteunende middelen, in te vullen.

Men mag ook niet vergeten: het gemakkelijke in deze is eigenlijk het geld, in tegenstelling tot het vinden van voldoende geschikt personeel. Als we zien dat de huidige bezettingsgraad in de gevechtseenheden amper 50% is, zou ik in de eerste plaats inspanningen daarop richten. De competitie op de arbeidsmarkt is dermate dat er gejaagd wordt op dezelfde profielen in dezelfde visvijver als bijvoorbeeld de politie. De verloning van de politieman/-vrouw is meestal iets beter dan die van de militair, dus je zit al met een oneerlijke competitie als het op geld aankomt. Die strijd kan je niet winnen, om maar te zwijgen van de competitie met de private sector voor bepaalde technische profielen. We zijn niet de enigen, in Duitsland bijvoorbeeld hebben ze hetzelfde probleem

In Duitsland spreekt men zelfs van het rekruteren van buitenlanders.

Duitsland heeft ons bevraagd over onze werkwijze. In België kan het al: je kan personen rekruteren uit de Europese Unie en de Europese Economische Ruimte, maar het taalprobleem kan zich natuurlijk wel stellen.

Je zou ervoor kunnen kiezen om het personeel een pak meer te betalen, maar dan blijven er onvoldoende middelen over voor investering en instandhouding van het materiaal. Anderzijds werkt het motiverend om medewerkers een toekomstperspectief te bieden door te investeren in hoogtechnologische en moderne uitrusting. Het is niet omdat je meer hardware geeft dat automatisch de operationele output van het systeem stijgt, maar het kan wel een positieve impact hebben op de aanwerving. Naast de aanwerving en een correcte verloning, moet er ook een juiste omkadering zijn, en dat betekent ook dat er geïnvesteerd moet worden in de kwaliteit en inplanting van de kazernes bijvoorbeeld. Alles vormt één geheel en Defensie moet een aantrekkelijke werkgever blijven.

De vier dingen die de militairen in opleiding aan het hart liggen maar ook reden tot uitval vormen zijn: woon-werkverkeer, verloning en statuut in het algemeen, het beschikbare materiaal, en de loopbaanperspectieven. Bij verschillende eenheden ontbreekt ook nog eens het perspectief op buitenlandse operaties.

Er moet een realistisch perspectief gegeven worden en men moet ook niet verbloemen. Als je al de herstructureringsplannen bekijkt die er sinds de Koude Oorlog geweest zijn, merk je dat het Belgische probleem is dat men altijd een plan opstart, om dan halfweg de uitvoering te stoppen en een nieuw plan op te starten. Het is ook daarom dat ik de NAVO heb gesuggereerd om van ons geen herziening van de strategische visie te vragen, maar wel te spreken van een addendum. Het huidige plan moet eerst volledig uitgevoerd worden, en dan kunnen we er eventueel de rest bijdoen.

Die uitvoering komt liefst zelfs vroeger dan oorspronkelijk gepland?

Natuurlijk! En de vervroeging wordt zelfs door de NAVO gevraagd.

Voorstellen om al vroeger te investeren in bepaalde benodigde capaciteiten zoals bijvoorbeeld nieuwe artilleriestukken, kunnen, volgens onze bronnen, op weinig politiek enthousiasme rekenen.
Eén van de voorstellen dat ons ter ore is gekomen is om, in het kader van het CAMO project, Caesars (Franse 155mm artillerie) aan te kopen, maar dan horen we vanuit het politieke spectrum dat het realiseren van de strategische visie al moeilijk zal worden, laat staan een vervroeging of aankoop van meer of ander materiaal.
Er is dus een duidelijk verschil tussen de politieke/publieke opinie en de noden van Defensie om aan de NAVO-doelstellingen te voldoen.

Ik wil u nog het volgende meegeven: de Wales-DIP (defence investment pledge) was voor 10 jaar, tussen 2014 en 2024, dus nu zijn we halfweg. We moeten gaan richting 2% BBP, in capaciteiten die voor NAVO bruikbaar zijn op het terrein. In de operationele inzet scoren we wel nog relatief goed en we moeten ervoor zorgen dat we dat ook in de toekomst blijven doen. In de 5 resterende jaren wacht er dus nog een serieus takenpakket op de volgende regering omdat nog heel wat NAVO-verbintenissen moeten worden ingevuld. De aanzet is gegeven, maar de uitvoering moet nu volgen.

En we moeten er dan nog rekening mee houden dat er na 2024 een opvolging komt.

Het zal inderdaad niet gedaan zijn en de volgende ronde doelstellingen komt eraan. Het zal zeker niet minder zijn dan de huidige verworven doelstellingen. Defensie heeft haar plan klaar om aan de gestelde capability targets te voldoen tussen vandaag en 2036, en de uitvoering van dit plan zal een serieuze stijging van het bestedingscijfer vragen tot 2024. Bijkomend heeft de NAVO vorig jaar een nieuw initiatief gelanceerd: het NATO Readiness Initiative.

Is dit de 30/30/30/30-doelstelling, om binnen 30 dagen in staat te zijn om 30 smaldelen gevechtsvliegtuigen, 30 gevechtsschepen en 30 bataljons landstrijdkrachten te ontplooien?

Inderdaad, en die verplichting zou worden verdeeld tussen de lidstaten en vastgelegd in een rooster, waarbij de NAVO meer aan “force hunting” bovenop “force sensing” moet doen om alle troepen te vinden. Voor België lukt dat nog min of meer ter zee en in de lucht, maar daarentegen zijn er uitdagingen bij de landcomponent. Men moet ook niet enkel over de troepen en ondersteuning beschikken, maar ook binnen 30 dagen effectief ergens kunnen optreden, wat heel vlug is en waartoe ons systeem en dat van andere lidstaten niet meer in staat is. De cultuur van snelle inzetbaarheid die we zijn kwijtgeraakt sinds het eind van de Koude Oorlog, moet terugkeren. Via de omweg van het NATO Readiness Initiative worden de landen verplicht om beter te scoren op het vlak van financiering van Defensie. Zonder de nodige investeringen zullen de lidstaten namelijk niet in staat zijn om de gevraagde troepen te ontplooien op het terrein. In de huidige 1,19% die nu in principe beslist is in België, is deze bijkomende verbintenis niet voorzien. Een correcte uitvoering zal ook financiële gevolgen hebben.

Sommige partijen zeggen dat we veel meer en efficiënter moeten samenwerken in Europa, strategisch autonoom worden en niet meer vasthangen aan de NAVO. Is er vanuit NAVO-oogpunt sprake van concurrentie?

De meeste landen begrijpen dat er geen sprake kan zijn van een competitiemodel en dat de ontwikkeling van de Europese bijdrage in Defensie onlosmakelijk verbonden is met die van de NAVO. Het zijn dezelfde troepen en dezelfde middelen die in functie van de vraag kunnen ingezet worden. Het verschil tussen het NAVO NDPP-proces (NATO Defence Planning Proces) en het EU-proces, is dat het NAVO-proces niet uitgaat van samenwerking, maar eerder van de verdeling van doelstellingen en dus het opleveren van capaciteiten onder bondgenoten. De lasten moeten verdeeld worden, de manier waarop behoort aan elke lidstaat toe. De EU tracht daarentegen de samenwerking, vooral op industrieel vlak, te verbeteren, waarvan de PESCO en EDF-projecten getuigen. Vandaar is er ook geen competitie tussen de twee processen.

Het EU-proces is ook meer politiek gericht, terwijl de NAVO eerder een militair instrument is.

Inderdaad, en degene die die onderscheid niet ziet en zegt dat er competitie is, heeft het niet helemaal begrepen.

Vanuit industrieel/commercieel oogpunt zou men kunnen zeggen dat de NAVO landen zoals België dwingt om bij grote broer Amerika materiaal aan te kopen ten nadele van de Europese industrie.

De NAVO bepaalt nooit welk materiaal een lidstaat moet kopen, maar enkel over welke capaciteit je moet beschikken, in welke kwantiteit en kwaliteit. De keuze tussen bijvoorbeeld een F-35, Rafale of Eurofighter ligt uitsluitend bij de landen. Uiteraard is het beschikken over hetzelfde materiaal gemakkelijker met het oog op samenwerking. Dat is evident en deel van het normale besluitvormingsproces, maar de NAVO legt de keuze van het materiaal, laat staan van fabrikant, niet op.

Binnen Europa bestaan er initiatieven om de eigen industrie te versterken, zoals PESCO, EDF…

De NAVO heeft daar geen probleem mee op voorwaarde dat, zoals de Secretaris-Generaal het zelf zegt, het hier gaat om processen die de Europese inbreng in de NAVO versterken. Men kan toch niet ontkennen dat de EU, hoewel de tekst geen consensusdocument is, een eigen Globale Strategie en dus ook eigen ambitieniveau heeft, inclusief op Defensievlak. Om die missie uit te voeren zijn middelen nodig, die tot nu toe nog niet volledig becijferd werden. Betekent dit echter dat we in Europa een collectieve verdediging moeten gaan doen, zonder de NAVO, wetend dat dit potentieel veel meer zou kosten?

De berekening werd ooit gemaakt en blijkbaar zou het veel duurder uitvallen.

Het antwoord is neen. Voor landen die lid zijn van de NAVO gebeurt de collectieve verdediging in de NAVO, zo staat het ook in het Verdrag van Lissabon. Alleen bestaat hierover heel wat verwarring bij het grote publiek.

Niet alleen “het grote publiek”, hetgeen u nu onderuit haalt is de kern van het defensieprogramma van sommige politieke partijen.

Ik zeg daar niets over, ik moet me niet met politiek bezighouden, ik kijk enkel naar de feiten. Voor mij is dat alleszins geen echt alternatief. Politici die denken geld te besparen door NAVO te vervangen door Europese alternatieven zullen er bekocht uitkomen, vrees ik. Als je niet bereid bent om te betalen, is het enige alternatief om het algemene ambitieniveau op vlak van veiligheid te verlagen.

Nucleaire afschrikking

Als we over de collectieve verdediging spreken, moeten we het ook hebben over het afschrikkingseffect van kernwapens. Los van het feit of er nu tactische kernwapens worden opgeslagen op Belgisch grondgebied of niet, past dat nog binnen het huidige concept van de NAVO?

Iedereen wil graag leven in een wereld zonder kernwapens, en ik denk dat niemand het tegendeel beweert. Ook de NAVO streeft een kernwapenvrije wereld na. Zolang we echter leven in de werkelijkheid waarin er een aantal landen, die niet onze bondgenoten zijn, beschikken over kernwapens, zal de NAVO een nucleaire alliantie blijven. Als je kan komen tot een wederzijdse afbouw van kernwapenarsenalen op een gecontroleerde en verifieerbare wijze, dan kunnen we uiteindelijk een kernwapenvrije wereld realiseren. Hier staan wij als België ook achter voor alle duidelijkheid, samen met gelijkgezinde landen zoals Duitsland en Nederland. De NAVO kan moeilijk haar nucleaire doctrine afschaffen als er een potentiële tegenstrever is die meer belang begint te hechten aan het gebruik van het nucleaire wapen, zelfs in een first strike capability en met een doctrine van “escalate to de-escalate”. Enkel een geloofwaardige afschrikking kan ervoor zorgen dat dit wapen nooit gebruikt wordt.

Een concept dat uiteindelijk de hele Koude Oorlog gewerkt heeft…

Het positieve nieuws is dat sinds het eind van de Koude Oorlog de stockniveaus drastisch verlaagd zijn. We kunnen elkaar nog een aantal keren uitschakelen, maar niet meer zo vaak als toen. De vraag is maar of het zin heeft om eenzijdig af te bouwen tot op het punt dat je eigenlijk een bepaalde categorie wapens gewoon overboord gooit.

De tactische kernwapens worden bijvoorbeeld door sommigen als minder relevant gezien.

Ik denk dat we dan totaal verkeerd zouden bezig zijn, vooral omdat er geen wederzijdse inspanningen gebeuren. Als je de flagrante schending van het INF (Intermediate-range Nuclear Forces)-verdrag door Rusland bekijkt, met de installatie in Europa van dual use systemen waarbij je het onderscheid niet meer kan maken tussen nucleair of conventioneel, dan is het volgens mij toch niet het moment om zelf met de broek op de grond te gaan.

Vanuit sommige politieke strekkingen klinkt de eis dat België een voortrekkersrol zou moeten spelen in de afschaffing van kernwapens.

We spelen een voortrekkersrol daarin, en ik heb deze problematiek recent nog toegelicht tijdens een hoorzitting in het parlement. We hebben bijvoorbeeld samen met een aantal andere landen gepleit voor een maximaal uitstel in de beslissing van de Amerikanen om zich uit het INF terug te trekken. We hebben daardoor 6 maanden meer tijd gekregen, die werd gebruikt om bij de Russen te blijven aandringen zich volgens de tekst van het verdrag te gedragen.

Maar voor alle duidelijkheid: het zijn volgens u wel de Russen die over de schreef gegaan zijn, terwijl soms het beeld wordt opgehangen in de media dat president Trump de boel heeft stilgelegd?

Dit heeft niets met President Trump te maken, want het is een dossier dat al dateert van de Obama Administratie. Het probleem zag men al jaren komen met de ontwikkeling van systemen waarover de Russen de waarheid slechts met mondjesmaat vrijgaven. Er is geloofwaardige informatie dat het wapensysteem waarover het hier gaat, de SSC-8, niet alleen getest maar ook effectief ontplooid is. Dit dual capable systeem is een schending van de limieten van het INF-verdrag. Hoewel men dit niet wil toegeven in Moskou, is de spijtige realiteit dat het verdrag is opgezegd sinds 2 augustus 2019. Rusland stelde een moratorium voor op nieuwe systemen, wat per definitie het behoud zou betekenen van de huidige systemen die momenteel in schending zijn met het INF-verdrag. Ja, ik kan een moratorium steunen, maar enkel als de huidige systemen in schending van het INF-verdrag verdwenen zijn en niet omgekeerd! Het is belangrijk dat de media die boodschap begrijpen, want hierover wordt er heel wat mist gespoten en onwaarheden verteld zodat het lijkt alsof de VS opeens het verdrag nutteloos vinden. Het komt trouwens Rusland niet slecht uit om op deze manier iemand anders de politieke prijs te laten betalen voor het einde van het verdrag. Wie draagt de hoed om het zo te zeggen, wie is de publieke schuldige? Een spelletje van zwarte pieten doorschuiven, maar de feiten zijn de feiten.

De Russen lijken de laatste tijd vaak de overhand te hebben op geopolitiek vlak.

Dat is een kwestie van publieke perceptie en als je maar lang genoeg de boodschap herhaalt zal men u uiteindelijk geloven.

Bedankt voor uw tijd.
We hopen dat we met dit gesprek een bijdrage hebben kunnen leveren aan de beeldvorming rond de NAVO. De rol van België en de manier waarop we omgaan met de verbintenissen waaraan we moeten voldoen om onze nationale en collectieve veiligheid te blijven garanderen verdient de nodige aandacht

Copyright Belgian Military Interests

Share this:

Comments are closed, but trackbacks and pingbacks are open.