Petitie: Vastlegging van de 2% BBP-norm voor Defensie.

Oproep aan alle militairen en burgers die Landsverdediging genegen zijn: Teken deze petitie.

Inleiding

Op 3 december 2020 lanceerde de Kamer van Volksvertegenwoordigers een nieuw platform voor burgerinitiatieven (petitierecht), waarbij het burgers mogelijk wordt gemaakt om verzoekschriften in te dienen aan de Kamer of een petitie te starten rond een initiatief en gehoord te worden in de Kamer.

Om te kunnen gehoord worden in de Kamer dienen er 25.000 handtekeningen te worden verzameld, daarvan moeten 14.500 ondertekenaars woonachtig zijn in het Vlaamse Gewest, 8.000 in het Waalse Gewest en 2.500 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Tekenen kan digitaal op het platform van de Kamer via E-ID of door het inzenden van een papieren ondertekening via volgende link: https://dekamer.mijnopinie.belgium.be/initiatives/i-418?locale=nl

Er is nu ook een meertalige video van 3 minuten beschikbaar die uitlegt en toont hoe de petitie succesvol te ondertekenen via E-ID. Het doorloopt alle stappen van registratie, bevestiging van registratie tot ondertekening van de petitie! Er zijn heel wat meldingen van technische problemen door de noodzaak de registratiemail te bevestigen voordat je kan tekenen. Gebruik géén Internet Explorer. Via smartphone gebruik dezelfde browser & window bij ItsMe.

Op 3 december 2020 diende ik een petitie in. Deze petitie kan ondertekend worden vanaf 5 december 2020 tot en met 30 december 2021.

CSAM (E-ID) is niet het méést betrouwbare platform. Er zijn al een aantal opmerkingen gekomen over gefaalde ondertekeningen, geduld is een schone deugd. Internet Explorer wordt niet langer gesteund. Het is aan te raden via computer (of laptop) te tekenen met E-ID.

Bij deze doe ik een oproep aan alle militairen en burgers die Defensie genegen zijn om deze petitie in de eerste plaats te ondertekenen. Ga en spreid het woord!

Hieronder volgt een uitgebreide tekst waarin ik uitleg hoe ik het ‘concept’ zie en tracht uit te leggen waarom het noodzakelijk is dat we Defensie herwaarderen.

Beknopt: Defensie vervult een kerntaak van de Staat in het kader van onze veiligheid. Dit vertolkt zich in een militaire inbreng (capaciteit en budget) in een collectief verdedigingsverband (NAVO en EU). Hieromtrent hebben politici al quasi een decennium beloftes gedaan om 2% Bruto Binnenlands Product aan defensie-uitgaven te realiseren. De realiteit is dat Landsverdediging beleidsmatig de afgelopen decennia werd afgebouwd en dermate is uitgehold dat ze amper haar kerntaken behoorlijk kan uitvoeren. Sinds 1992 heeft de federale regering 91 miljard € vredesdividend binnengerijfd waarvan 28 miljard € sinds de Summit of Wales (2014).

Wie twijfelt aan het belang van Defensie: we gaat strijd leveren tegen barbaarse organisaties als IS? Wie moet er op straat komen voor uw veiligheid wanneer de politie het niet aankan? Welke overheidsorganisatie mag bij hoogdringendheid hulpgoederen bestellen, evacuaties uitvoeren of bijspringen in woonzorgcentra?

Belofte maakt schuld, zowel in NAVO als in EU-verband zijn we gehouden 2% BBP aan defensie-uitgaven uit te voeren. Wat ik vooral beoog is een andere financiële benadering van Landsverdediging door onze politici. Een mechanisme voorzien waarbij het Directiecomité van Landsverdediging initiatief kan nemen en het parlementair debat aanwakkeren rond het defensiebudget, ipv. een CHOD die in de pers moet smeken voor meer middelen. Ik wil ook een duidelijke politieke (en publieke) verantwoording waarom we onze aangegane verplichtingen niet nakomen.

Het voorstel en beoogd concept.

Door middel van dit initiatief wens ik – mits het behalen van de benodigde handtekeningen – gehoord te worden door de Kamer van Volksvertegenwoordigers en hen ertoe te nopen een wetgevend initiatief (omschreven als wetsvoorstel, strikt juridisch wetsontwerp) uit te werken, waarbij het budget voor Landsverdediging in principe wordt vastgelegd op 2% van het Bruto Binnenlands Product en waarbij afwijking (<2% BBP) slechts mogelijk is mits een specifieke procedure.

Het concept beoogt een omgekeerde benadering zodat Landsverdediging niet langer gebruikt kan worden als sluitpost van de begroting. In plaats dat Defensie als minder belangrijke bevoegdheid wordt benaderd en een minimaal budget toebedeeld krijgt ‘omwille van andere prioriteiten’ en omdat het ‘electoraal moeilijk te verkopen is’ wil ik dat een regering rekening moet houden met een budgetreservering voor Landsverdediging ten bedrage van 2% BBP. De regering zal bij haar regeringsonderhandelingen, meerjarenbegroting en jaarlijks budget moeten uitgaan van 2% BBP budget (defensie-uitgaven) voor landsverdediging. Het zal pas na debatten in de Kamer en een uitgewerkte motivering de defensie-uitgaven kunnen verminderen (< 2 % BBP).

De voorgestelde procedure omvat de mogelijkheid voor een hoge staf van Defensie (het Directiecomité van Landsverdediging) om zelf een voorstel tot meerjaarse begroting en een jaarlijks budget op te stellen en in te dienen. Dat voorstel moet worden overlegd met de Minister van Landsverdediging, die de mogelijkheid krijgt om zijn/haar eigen beleidsaccent toe te voegen. Indien het Directiecomité van Landsverdediging en de Minister van Landsverdediging hetzelfde voorstel tot meerjarenbegroting en jaarlijks budget voor Landsverdediging naar voren schuiven is er één gezamenlijk voorstel. Indien beide partijen niet overeenkomen dan kunnen ze elk een eigen voorstel voorleggen aan de Kamer van Volksvertegenwoordigers en onderbouwen. Het is uiteindelijk de Kamer die beslist.

Het concept achter het voorstel is dat een federale regering moet uitgaan van een defensie-uitgave van 2% BBP. Deze 2% BBP wordt gereserveerd voor Landsverdediging en dit bedrag kan pas verlaagd worden indien de Kamer van Volksvertegenwoordigers akkoord gaat met een voorstel tot budget en daarbij haar beslissing motiveert. De mogelijkheid van het Directiécomité van Landsverdediging om een eigen voorstel in te dienen, afwijkend van de Minister van Landsverdediging, moet vooral de mogelijkheid tot debat aanwakkeren zonder dat militairen gebonden zijn door de Minister van Landsverdediging. Het verhoogt de druk en verantwoordelijkheid van politici – over alle kamerfracties heen – bij het gekozen beleidsbudget in plaats van louter te kunnen verwijzen naar de verantwoordelijkheid van de Minister van Landsverdediging of zich te verschuilen achter de CHOD. Het dient ook om het defensiebudget te beschermen tegen al te grote schommelingen en willekeur, zodat een langetermijnvisie tot stand kan worden gebracht en gehandhaafd.  Dit is een ‘nucleaire optie’ – een uitzonderingsprocedure, in hoofdzaak is het de bedoeling dat er een gezamenlijk voorstel tot meerjarenbegroting en/of jaarlijks budget is.

Het voorgestelde concept is géén heiligmakend concept. Het garandeert géén 2% BBP budget voor Landsverdediging. Het dient wel het debat aan te wakkeren en politici meer te doen denken in termen van 2% BBP en een gedegen verantwoording uit te werken waarom we dit niet halen. Het concept dient ook te voorkomen dat Landsverdediging als blijvende sluitpost gebruikt zou worden bij regeringsonderhandelingen rondom het budget. Dit is mogelijk dankzij de wettelijke verankering van 2% BBP  door middel van budgetvastlegging en noodzaak tot verantwoording in geval van vermindering.

In het voorgestelde concept wordt over twee soorten budgetten gesproken: een meerjarenbegroting voor Landsverdediging en een jaarlijks budget. Bij wet is er een verplichting om jaarlijks een budget vast te leggen via een begrotingswet. Een meerjarenbegroting kan door middel van een militaire programmawet de beleidslijnen budgettair kaderen, daarin is wel enige flexibiliteit of koppeling met de jaarlijkse begrotingswet als lex specialis noodzakelijk.

De 2% BBP-norm is een handig middel om te hanteren maar het gaat niet uitsluitend over financiële middelen. Het gaat ook om welke militaire output je daarmee genereert. Het is daarom uitermate belangrijk dat Landsverdediging een vergelijkingsmodel tot stand kan brengen om de militaire output te bepalen die Landsverdediging zou moeten kunnen genereren in vergelijking met onze nauwste bondgenoten, met daaraan de vereiste financiële middelen gekoppeld, die zo dicht mogelijk tegen die 2% BBP-norm dient aan te leunen zonder er een fetisj van te maken.

De petitie vraagt de Kamer van Volksvertegenwoordigers niet om een wetgevend initiatief in te dienen om 2% BBP defensie-uitgaven te verplichten omdat een uitgavenverplichting tot verspilling van financiële middelen kan leiden. Het is de bedoeling om overheidsbudget zo efficiënt mogelijk in te zetten (output generatie). Het voorstel moet ertoe leiden dat politici landsverdediging op een andere manier benaderen en meer gedwongen worden zich te houden aan de internationale verplichtingen waaraan ze zich hebben verbonden, dwz groeien naar en uiteindelijk de 2%BBP defensie-uitgaven bereiken.

Landsverdediging heeft momenteel een injectie nodig van meer financiële middelen voor de wederopbouw van de talloze verwaarloosde capaciteiten. Bij wijze van voorbeeld vroeg toenmalige CHOD Compernol tijdens de zomer van 2019 tevergeefs voor een bijkomende injectie van 2.4 miljard €. Een uitbreiding van het defensiebudget is ook noodzakelijk om de afwisseling tussen legislaturen die investeren in materieel (Minister Vandeput) en legislaturen die investeren in het personeel (Minister Dedonder) te stoppen, er moet gelijktijdig in alle aspecten van landsverdediging worden geïnvesteerd.

De omgekeerde benadering inzake toekenning van budget voor landsverdediging moet ervoor zorgen dat Landsverdediging sneller kan reageren op een technologisch snel veranderende wereld. Cyberwarfare, ‘loitering munition’ en andere snelle ontwikkelingen vereisen dat Landsverdediging snel moet kunnen reageren om de bedreigingen die hieruit kunnen emaneren op te vangen en te verschalken, maar daarvoor zijn financiële reservemiddelen nodig die nu nergens worden voorzien.

De 2% BBP-norm als ijkpunt voor een betrouwbare en loyale partner.

De 2% BBP-norm wordt vooropgesteld door de NAVO als richtlijn sinds 2006 (Defence Ministers Meeting, 2006) en nogmaals herbevestigd werd op de Summit of Wales (2014), waarbij de NAVO-lidstaten zich ertoe verbonden 2% BBP-defensie-uitgaven tegen 2024 te realiseren of in die richting te evolueren. In 2016 keurde het Europees parlement een resolutie goed waarin gepleit werd voor een toename van de Europese defensie-uitgaven naar 2% BBP  (EP A8-0316/2016, punt 40). Artikel 42 (7) Verdrag betreffende de Europese Unie omvat de collectieve bijstand tussen EU-lidstaten in geval van gewapende agressie, het stelt ook “De verbintenissen en de samenwerking op dit gebied blijven in overeenstemming met de in het kader van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie aangegane verbintenissen, die voor de lidstaten die er lid van zijn, de grondslag en het instrument van hun collectieve defensie blijft.” – kortom België heeft in NAVO-verband 2% BBP defensie-uitgaven tegen 2024 beloofd en dient dit ook binnen EU-context te realiseren.  Binnen de Europese Unie is België verder nog gehouden bepaalde financiële inspanningen te halen in het kader van PESCO.

Als trouwe en geloofwaardige bondgenoot en in overeenstemming met de continuïteit van de houding van diverse Belgische federale regeringen heeft België zich ertoe verbonden haar defensie-uitgaven te verhogen naar 2% BBP toe en de nodige financiële middelen in te zetten in Europees verband.

In de Strategische Visie (2016) 2015-2030 werd een budgetlijn uitgeschreven t.e.m. 2030 met daaraan verbonden een weergave in  %BBP. Tegen 2024 zou 1.06% BBP behaald worden en tegen 2030 1.30%.

De huidige Minister van Landsverdediging Ludivine Dedonder verklaarde in haar beleidsnota dat tegen 2024 onder de regering De Croo I de defensie-uitgaven tegen 2024 1.24% BBP zouden bedragen. In de ‘verantwoording van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingjaar 2021’ wordt gesteld dat de defensie-uitgaven van onze (vergelijkbare) bondgenoten tegen 2024 gemiddeld 1.65% BBP zouden bedragen. België hinkt – zelfs rekening houdend met de intentie van de regering De Croo – nog steeds 0.31% BBP achter op haar bondgenoten en haalt zelf tegen 2030 niet de 2% BBP-norm.

Dankzij de 2% BBP norm en de Military Expenditure Database van SIPRI kunnen we narekenen hoeveel Landsverdediging de afgelopen jaren ondergefinancieerd werd of  welk ‘vredesdividend’ de federale regering heeft kunnen putten uit de opeenvolgende besparingen op Landsverdediging. Sinds 1992 haalt Landsverdediging géén 2% BBP defensie-uitgaven. Voor de periode 1992-2019 bedraagt het vredesdividend 91.982,78 miljoen US$ (2019). Indien we de som maken vanaf 2006, dan beperkt het vredesdividend zich tot 65.142,26 mio US$ (2019). Berekend vanaf 2014 spreken we over 27.558,68 miljoen. Omgerekend naar Euro’s (2019 constante) aan de hand van de gemiddelde wisselkoers US$ naar EUR (2019) van het ECB (1 US$=0.8934€) komen we respectievelijk tot: 82.177,42 mio  € (1992-2019); 58.198,10 mio € (2006-2019); 24.620,92 mio € (2014-2020).

SIPRI MILEX Mio 2019 (US$) %GDP Mio US$ (2019) if 2%GDP Difference
1992 4131,3 1,8 4590,33 459,03
1993 3746,0 1,7 4407,11 661,07
1994 3944,1 1,7 4640,12 696,02
1995 4449,0 1,6 5561,27 1112,25
1996 4241,9 1,5 5655,82 1413,96
1997 3684,1 1,5 4912,13 1228,03
1998 3664,3 1,5 4885,72 1221,43
1999 3598,4 1,4 5140,64 1542,19
2000 3190,8 1,3 4908,93 1718,13
2001 3036,0 1,3 4670,82 1634,79
2002 3147,1 1,2 5245,24 2098,10
2003 3875,7 1,2 6459,50 2583,80
2004 4262,7 1,1 7750,30 3487,63
2005 4228,2 1,1 7687,68 3459,46
2006 4307,9 1,1 7832,54 3524,64
2007 5164,0 1,1 9389,05 4225,07
2008 6295,8 1,2 10493,04 4197,21
2009 5620,7 1,2 9367,78 3747,11
2010 5244,7 1,1 9535,86 4291,13
2011 5499,4 1 10998,74 5499,37
2012 5169,0 1 10338,00 5169,00
2013 5263,2 1 10526,33 5263,16
2014 5191,5 1 10383,01 5191,51
2015 4202,1 0,9 9337,92 5135,85
2016 4255,5 0,9 9456,64 5201,15
2017 4432,5 0,9 9849,93 5417,46
2018 4840,5 0,9 10756,62 5916,14
2019 4817,5 0,9 10705,58 5888,07
Totals 123503,9   215486,65 91982,78

Financiële middelen vormen één van de primordiale middelen waarover Landsverdediging dient te beschikken om haar werking te garanderen. Het is daarom uitermate belangrijk dat het Defensiebudget voldoende is, zodat de Belgische overheid niet verzaakt aan één van haar kerntaken voor haar burgers: namelijk veiligheid, beschermen van de soevereiniteit van België en haar territoriale integriteit. In de 21e eeuw vertalen deze kerntaken zich in internationale afspraken tot het beschermen van de soevereiniteit en de territoriale integriteit van onze nauwste bondgenoten, waartoe we ons gebonden hebben door middel van het NAVO-verdrag (artikelen 4 en 5) en het Verdrag van de Europese Unie (Artikel 42 (7)), alsook het Verdrag inzake de Werking van de Europese Unie (Artikel 222).

Bovendien heeft België zich ingeschreven in de Permanent Structured Cooperation van de Europese Unie (Artikel 42(6), Artikel 46 en Protocol 10 VEU + Notification) en onderschreef ’Annex II – List of ambitious and more binding common commitments in the five areas set out by Article 2 of Protocol No10’ met hierin punten 1 en 4 m.b.t. de defensie-uitgaven. Op basis van Artikel 3 van het NAVO-verdrag is België ertoe gehouden haar militaire capaciteit in stand te houden en verder te ontwikkelen, zowel individueel als in collectief verband.

De noodzaak van een heropwaardering van Landsverdediging.

Tijden veranderen. Gedurende de Koude Oorlog deed België als trouwe en geloofwaardige bondgenoot het noodzakelijke in de mate van het mogelijke om in het kader van de collectieve veiligheid de Sovjetunie af te schrikken. Destijds was België aanwezig met een voltallig korps in Duitsland. Het is niet de bedoeling om terug te keren naar dat tijdperk. Sinds 1992 is een systematische afbouw – sommigen zullen stellen roofbouw – bezig van Landsverdediging.

In de jaren 90 nam België deel aan diverse VN-vredesmissies, met wisselend succes. In de 00s werd beslist Landsverdediging grondig te hervormen naar componenten en volledig te medianiseren. Decennialang werd de mantra ‘een kleiner en beter leger’ gehanteerd. Kleiner werd Landsverdediging zeker, maar beter? Ondertussen veranderden de tijden opnieuw. Het decennium van ‘vrede’ na de val van de Berlijnse Muur werd ingeruild voor een Global War on Terror na de aanslagen van 11 september 2001.

Sindsdien kunnen we een spiraal van geweld ontwaren, van toenemende spanningen en afbrokkelende internationale veiligheid en vrede. Het regime van Saddam Hoessein werd manu militari omvergeworpen, er zijn de toenemende spanningen met Iran rond haar nucleaire (bewapenings)ambities en de Arabische Lente zette Noord-Afrika en het Midden-Oosten in brand (Libië, perikelen in Egypte, Syrië). Neem daar bovenop dat Turkije zich steeds meer als een regionale macht onafhankelijk gedraagt op een uiterst assertieve manier tegenover de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika.

Op onze Oostelijke flank herrees Rusland uit de as van de Sovjetunie. Het begon met politiek armworstelen over gasprijzen in Oost-Europa, ‘protocyberwarfare’ in de Baltische Staten, vernieuwde assertieve militaire aanwezigheid langs EU- en NAVO-grenzen, en de actieve destabilisatie van Oekraïne inclusief de annexatie van de Krim. In de Oost-Europese en Scandinavische EU-lidstaten is er héél wat toegenomen zenuwachtigheid en spanning rond dit assertief Rusland. België stuurt haar beperkte middelen richting het oosten (Enhanced Forward Presence). We kunnen de zenuwachtigheid bij onze Oostelijke buren verminderen indien we zelf terug meer bijdragen in het kader van collectieve veiligheid. Hou daarbij rekening dat de Verenigde Staten van Amerika geleidelijk aan haar militair gewicht naar Azië wil overhevelen.

In Azië is China bezig met een snelle vernieuwing en uitbouw van haar militaire capaciteit. De politieke druk neemt toe in Hong Kong, Taïwan wordt in toenemende mate onder druk gezet en er is het sluipend grensconflict met India dat onlangs escaleerde. China heeft eveneens een actief beleid om artificiële (gemilitariseerde) eilanden tot stand te brengen om grotere delen zeegebied te claimen als territoriale wateren en bijhorende exclusieve economische zone. Teneinde deze dreiging tegemoet te komen, dienen de Verenigde Staten van Amerika zich meer op Azië te richten met haar regionale bondgenoten in dat gebied, waardoor in Europa in toenemende mate de NAVO- en EU-landen meer zelf hun militaire veiligheid in handen zullen moeten nemen.

Binnen onze landsgrenzen heeft Landsverdediging de afgelopen 5 jaar opnieuw en meermaals bewezen waarom ze een noodzakelijke garantie vormt, een belangrijke ‘laatste strohalm’. Na de aanslagen in Parijs (2015) werden militairen op straat gestuurd (Operation Vigilant Guardian) omdat de Politie niet in staat was (zelfs tot op heden) om de openbare veiligheid (en orde) te garanderen in het licht van de terreurdreiging. Onze militairen waren toen helden, net zoals vandaag dokters en verplegers aanzien worden als helden. Toch was deze operatie héél moeilijk voor Landsverdediging om uit te voeren bij gebrek aan voldoende manschappen en middelen, het gevolg van opeenvolgende jaren van onderfinanciering en ondermaats beleid.

In 2020 brak de COVID-19 pandemie uit in België. Opnieuw werd beroep gedaan op Landsverdediging om hulpmiddelen zoals mondmaskers te bestellen, voor logistieke verdeling van hulpgoederen en het bijstaan van zorgpersoneel in ziekenhuizen en woonzorgcentra.

In het verleden stond Landsverdediging voor de burger paraat om te hulp te snellen bij grootschalige overstromingen, iets wat we al decennia niet meer hebben meegemaakt, maar wat gelet op de klimaatverandering zou kunnen terugkeren. Toen bestond nog de dienstplicht of beschikte Landsverdediging nog over voldoende capaciteit, middelen en personeel die heden verdwenen zijn.  Ook het Reservekader is hiervoor ontoereikend en beschikt niet over de nodige middelen.

Landsverdediging werd in het verleden ook ingezet voor de gewapende evacuatie van staatsburgers uit gevaarlijke gebieden (Operatie Rode Draak & Zwarte Draak) net zoals ze recentelijk werd ingezet om burgers in het kader van COVID te repatriëren. Deze capaciteit is momenteel sterk beperkt door het verdwijnen van de C-130 en de zeer laattijdige en traag verlopende levering van de A-400M transporttoestellen.

Overeenkomstig de politieke richtlijnen omvatten de strategische opdrachten van de Krijgsmacht drie sleutelopdrachten en vier aanvullende opdrachten. De sleutelopdrachten bepalen de capaciteiten, waarin Landsverdediging specifiek moet investeren. De aanvullende opdrachten worden niet meegerekend bij de dimensionering van onze militaire capaciteiten. Dat belet Landsverdediging niet om in staat te zijn om op significante wijze bij te dragen tot het veiligheidsbeleid van België door die aanvullende opdrachten, die niet als sleutelopdrachten worden beschouwd, te vervullen.

De meerwaarde van Landsverdediging voor de maatschappij wordt vertaald in sleutelopdrachten (kerntaken) en aanvullende opdrachten.

  • SLEUTELOPDRACHT 1: Bijdragen tot de collectieve defensie ter verdediging van de territoriale integriteit van de Alliantie.
  • SLEUTELOPDRACHT 2: Bijdrage tot de collectieve veiligheid via crisismanagementoperaties in multilateriaal of internationaal verband, bij voorkeur gemandateerd of georganiseerd door internationale veiligheidsorganisaties en dit voor het verzekeren van vrede en veiligheid in de wereld.
  • SLEUTELOPDRACHT 3: Het beschermen van Belgische onderdanen wereldwijd
  • Aanvullende opdracht 1: De ondersteunende inzet in het kader van interne veiligheid.
  • Aanvullende opdracht 2: De humanitaire opdrachten die zowel nationaal als internationaal kunnen uitgevoerd worden.
  • Aanvullende opdracht 3: De Defensiediplomatie
  • Aanvullende opdracht 4: De steun aan het handhaven van de internationale wapenbeheersingsverdragen, bewapeningscontrole, non-proliferatie en ontwapening.

Na het lezen van deze sleutelopdrachten en aanvullende opdrachten kan je alleen maar vaststellen dat Landsverdediging zo sterk is afgebouwd dat bepaalde van deze taken en opdrachten niet of amper nog uitgevoerd kunnen worden. Dit gaat over het verwaarlozen van de veiligheid van onze bevolking: U dus.

Teken de petitie hier!

Share this:

Comments are closed, but trackbacks and pingbacks are open.